Welke lasrookafzuiging past bij uw proces?

Dämpfe mit KI visualisiert

Welke afzuig- en filterinstallatie vangt de rook van uw lasproces effectief op?

Veel bedrijven vinden het lastig om deze vraag te beantwoorden. Uit onze LinkedIn-enquête bleek dat het kiezen van de juiste filtertechniek de grootste uitdaging voor onze klanten vormt. Dat is begrijpelijk, want lasprocessen verschillen sterk van elkaar. Materialen, toevoegmaterialen, coatings, procesparameters en werkomstandigheden beïnvloeden allemaal de samenstelling en hoeveelheid van de emissies.

Daarom begint de keuze voor de juiste lasrookafzuiging niet bij een product. De keuze begint bij een grondige analyse van de toepassing.

De volgende zeven vragen helpen u om de belangrijkste technische en wettelijke factoren in kaart te brengen.

Nieuwe Europese regels vergroten de aandacht voor lasrook

In juni 2026 bereikten de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement een voorlopig akkoord over de zesde herziening van de richtlijn betreffende kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen, de CMRD.

Volgens de overeengekomen tekst vallen bepaalde lasrookprocessen straks uitdrukkelijk onder bijlage I van deze richtlijn. Het gaat om werkzaamheden waarbij werknemers worden blootgesteld aan rook van lasprocessen die stoffen of mengsels bevatten die als kankerverwekkend, mutageen of reprotoxisch van categorie 1A of 1B zijn ingedeeld.

Het akkoord moet echter nog formeel worden goedgekeurd na de juridisch-linguïstische controle. Daarna moeten de EU-lidstaten de definitieve richtlijn in nationale wetgeving omzetten. Bedrijven moeten daarom zowel het Europese wetgevingsproces als de Nederlandse implementatie blijven volgen.

Deze ontwikkeling vergroot het belang van een betrouwbare blootstellingsbeoordeling, effectieve bronafzuiging en goed gedocumenteerde beheersmaatregelen. De richtlijn schrijft echter niet één specifiek filtersysteem voor alle lasprocessen voor.

Bron: Raad van de Europese Unie, voorlopig akkoord van 23 juni 2026

1. Welke materialen last u?

Het basismateriaal geeft een eerste belangrijke aanwijzing. Toch bepaalt het niet als enige de samenstelling van de lasrook.

Bij roestvast staal, nikkellegeringen en andere hooggelegeerde materialen kunnen stoffen zoals chroom(VI)- en nikkelverbindingen vrijkomen. Bovendien kunnen coatings, oliën, primers en resten extra deeltjes, gassen of dampen veroorzaken. Het toevoegmateriaal heeft vaak zelfs meer invloed op de lasrook dan het werkstuk zelf.

Leg daarom vooraf alle relevante materialen vast:

  • Basismateriaal
  • Toevoegmateriaal en laselektroden
  • Coatings, primers en oppervlaktebehandelingen
  • Olie, reinigingsmiddelen en productresten
  • Veiligheidsinformatie en classificaties van gevaarlijke stoffen

Een betrouwbare beoordeling houdt altijd rekening met het volledige proces.

2. Welk lasproces gebruikt u?

MIG/MAG-lassen, TIG-lassen, elektrode lassen, laserlassen en geautomatiseerd lassen veroorzaken verschillende hoeveelheden emissies en uiteenlopende deeltjesgroottes.

Een proces met een hoge neersmeltsnelheid vraagt bijvoorbeeld om een ander afzuigconcept dan incidenteel precisielassen. Tegelijkertijd kan laserlassen zeer fijne deeltjes veroorzaken, ook als de zichtbare rookpluim relatief klein lijkt.

De volgende gegevens beïnvloeden de benodigde lasrookafzuiging:

  • Lasmethode
  • Stroomsterkte, spanning en vermogen
  • Lasduur en inschakelduur
  • Handmatig of geautomatiseerd proces
  • Aantal gelijktijdige laswerkplekken
  • Hoeveelheid en samenstelling van de lasrook

Daardoor kunnen twee toepassingen met hetzelfde materiaal toch een volledig andere afzuigoplossing vereisen.

3. Waar kunt u de lasrook opvangen?

Effectieve filtratie begint met een goede bronafzuiging.

Vang lasrook waar mogelijk direct bij de bron op. Zo voorkomt u dat de rook zich door de ademzone en de productieruimte verspreidt. Afhankelijk van het proces kunt u bijvoorbeeld afzuigarmen, afzuigmonden, lastoortsen met geïntegreerde afzuiging, afgezogen lastafels of gesloten machinebehuizingen gebruiken.

De afzuiging mag het lasproces en het beschermgas echter niet verstoren. Bovendien moet de positie van het afzuigelement tijdens het werk stabiel blijven.

Beantwoord daarom de volgende vragen:

  • Hoe groot is de afstand tussen de afzuigopening en de emissiebron?
  • Beweegt de lastoorts tijdens het proces?
  • Kan de procesruimte gedeeltelijk of volledig worden afgesloten?
  • Kunnen tocht of andere luchtstromen de afzuiging verstoren?
  • Kunnen medewerkers het afzuigelement steeds correct plaatsen?

Zelfs een krachtige filterinstallatie kan een verkeerd geplaatste afzuigmond niet volledig compenseren.

De Nederlandse Arbeidsinspectie noemt bronafzuiging nadrukkelijk als technische maatregel binnen de arbeidshygiënische strategie. Voorbeelden zijn toortsafzuiging, een afgezogen lastafel en puntafzuiging.

4. Moet de gefilterde lucht naar buiten of mag deze terugkeren?

Het antwoord hangt af van de aanwezige stoffen, de blootstellingsbeoordeling en de wettelijke voorwaarden.

Recirculatie kan warmteverlies en energieverbruik beperken. Toch mag u gefilterde lucht niet zonder verdere beoordeling terugvoeren naar de werkruimte. Vooral wanneer de lasrook kankerverwekkende stoffen bevat, gelden strengere voorwaarden.

De Nederlandse Arbeidsinspectie geeft in haar werkinstructie aan dat bedrijven bij het lassen van RVS de afgezogen lucht in beginsel naar buiten moeten afvoeren. Brengt een werkgever deze lucht toch opnieuw in circulatie, dan moet hij aantonen dat de concentratie van de betreffende kankerverwekkende stof in de toegevoerde lucht maximaal een tiende van de geldende grenswaarde bedraagt.

Daarnaast verwijderen deeltjesfilters niet automatisch alle gassen en dampen. Daarom moet u gasvormige stoffen afzonderlijk beoordelen.

Controleer onder andere:

  • Welke deeltjes, gassen en dampen ontstaan?
  • Welke Nederlandse grenswaarden gelden?
  • Bevat de lasrook kankerverwekkende of mutagene stoffen?
  • Mag de gefilterde lucht volgens de beoordeling terugkeren?
  • Hoe bewaakt u de filter- en afzuigprestaties?
  • Hoe compenseert het gebouw de afgevoerde lucht?
  • Gelden er aanvullende milieu- of vergunningseisen?

Kies dus niet alleen op basis van energiekosten tussen recirculatie en afvoer naar buiten.

5. Welke filtertrappen heeft het proces nodig?

Een passende installatie combineert vaak meerdere filtertrappen. Elke filtertrap vervult een andere functie.

Een voorafscheider of vonkenvanger kan grove deeltjes opvangen en de volgende filters beschermen. Daarna scheidt een deeltjesfilter fijne en zeer fijne deeltjes af. Daarnaast kan actieve kool bepaalde gasvormige stoffen en geuren verminderen.

Actieve kool verwijdert echter niet elk gas. De werking hangt onder andere af van de stof, concentratie, luchtvochtigheid, temperatuur en contacttijd. Breng daarom eerst de verwachte emissies in kaart.

Een filterconfiguratie kan bestaan uit:

  1. Vonken- of voorafscheiding
  2. Voorfilter
  3. Hoogefficiënt deeltjesfilter
  4. Optioneel actiefkoolfilter of processpecifiek gasfilter

De juiste volgorde beschermt het hoofdfilter en kan de levensduur verlengen. Bovendien maakt deze opbouw de lasrookafzuiging beter voorspelbaar en economischer.

Bekijk hiervoor bijvoorbeeld de TFS-serie van TBH en de FP 200-serie.

6. Welk luchtvolume en welke onderdruk heeft u nodig?

Een hoge nominale luchtvolumestroom garandeert niet automatisch een effectieve afzuiging.

Het vereiste luchtvolume hangt af van de afzuigmethode, de afstand tot de bron, de slangdiameter, drukverliezen en het aantal aangesloten werkplekken. Smalle slangen, lange leidingen, bochten en steeds voller wordende filters kunnen het effectieve luchtvolume bij het afzuigpunt verminderen.

Daarom telt niet alleen de waarde in de technische gegevens van de installatie. Vooral de afzuigcapaciteit onder werkelijke bedrijfsomstandigheden is belangrijk.

Een technische beoordeling omvat onder andere:

  • Benodigde afvangsnelheid
  • Effectieve luchtvolumestroom bij het afzuigpunt
  • Vereiste onderdruk
  • Afmetingen van slangen en leidingen
  • Lengte en verloop van het leidingnet
  • Drukverlies van alle componenten
  • Filterbelasting tijdens het gebruik

Deze berekening helpt zowel onvoldoende afzuiging als een onnodig grote installatie te voorkomen.

7. Hoe blijft de installatie veilig en economisch werken?

De selectie van de installatie vormt het begin van een effectieve beheersing van lasrook.

Filters raken tijdens het gebruik geleidelijk verzadigd. Daardoor neemt het drukverlies toe en kan de luchtvolumestroom afnemen. Controleer daarom de filterstatus en vervang filters voordat de afzuigcapaciteit onvoldoende wordt.

Daarnaast hebben medewerkers duidelijke instructies nodig. Zij moeten weten hoe zij afzuigelementen plaatsen, waarschuwingen herkennen en gebruikte filters veilig hanteren. Ook onderhoudsmedewerkers moeten contact met opgevangen schadelijke stoffen zoveel mogelijk vermijden.

Let daarom op:

  • Bewaking van de filterverzadiging
  • Bewaking van luchtvolume of onderdruk
  • Intervallen voor filtervervanging
  • Filterwissel met zo weinig mogelijk verontreiniging
  • Beschikbaarheid en kosten van vervangingsfilters
  • Toegankelijkheid voor onderhoud
  • Geluidsniveau
  • Energieverbruik
  • Documentatie en voorlichting van medewerkers

Een technisch geschikte lasrookafzuiging moet werknemers en processen gedurende de volledige gebruiksduur beschermen.

Welke regels gelden in Nederland?

Nederlandse werkgevers moeten de blootstelling aan lasrook beoordelen en beheersen op basis van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Daarbij spelen de volgende verplichtingen een belangrijke rol:

  • Neem lasrook op in de risico-inventarisatie en -evaluatie, de RI&E.
  • Beoordeel de aard, mate en duur van de blootstelling.
  • Controleer welke stoffen in de lasrook aanwezig kunnen zijn.
  • Pas de arbeidshygiënische strategie toe.
  • Geef bronmaatregelen en technische maatregelen voorrang.
  • Controleer de werking en het onderhoud van de afzuiging.
  • Geef medewerkers passende voorlichting en instructies.
  • Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen als aanvulling wanneer technische maatregelen onvoldoende bescherming bieden.

De Nederlandse STOP-strategie

De Nederlandse Arbeidsinspectie hanteert voor lasrook de STOP-strategie:

  1. Substitutie: kies indien mogelijk een andere verbindingstechniek of een minder schadelijk lasproces.
  2. Technische maatregelen: gebruik bronafzuiging en geschikte mechanische ruimteventilatie.
  3. Organisatorische maatregelen: voer laswerkzaamheden bijvoorbeeld uit in een afgescheiden ruimte.
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen: gebruik passende adembescherming wanneer de eerdere maatregelen onvoldoende bescherming bieden.

Werkgevers moeten de maatregelen zo hoog mogelijk in deze hiërarchie kiezen. Alleen persoonlijke beschermingsmiddelen inzetten terwijl technisch uitvoerbare bronmaatregelen ontbreken, past daarom niet bij deze strategie.

Bron: Nederlandse Arbeidsinspectie – Lasrook

Nederlandse grenswaarde voor lasrook

In Nederland geldt voor lasrook een wettelijke grenswaarde van 1 mg/m³, gemiddeld over een werkdag van acht uur.

Daarnaast kunnen voor afzonderlijke bestanddelen van de lasrook strengere grenswaarden gelden. Denk bijvoorbeeld aan chroom(VI), nikkelverbindingen en andere gevaarlijke stoffen. Daarom is alleen een meting van de totale hoeveelheid lasrook niet altijd voldoende.

De werkgever moet de afzonderlijke relevante stoffen meenemen in de blootstellingsbeoordeling.

Bronnen: Arboportaal – Wat zegt de wet over lasrook? en SER – Databank Grenswaarden Stoffen op de Werkplek

Wat betekenen W3, H14 en actieve kool?

Deze aanduidingen beschrijven verschillende eigenschappen van een afzuiginstallatie. Daarom kunt u ze niet als synoniemen gebruiken.

  • W3 is een Duitse classificatie en certificering voor lasrookafzuigapparatuur. De certificering beoordeelt de complete installatie in de geteste configuratie.
  • H14 beschrijft de classificatie van een hoogefficiënt deeltjesfilter. Deze classificatie beoordeelt niet de volledige afzuiginstallatie of de afvang van lasrook bij de werkplek.
  • Actieve kool kan bepaalde gassen en geuren verminderen. De geschiktheid en levensduur hangen echter af van de stoffen en bedrijfsomstandigheden.

Het Duitse Institut für Arbeitsschutz der DGUV, IFA, geeft de W3-certificering af. Nederland geeft deze certificering niet af. Een W3-certificaat kan wel dienen als technisch bewijs van de prestaties van een geteste installatie, maar het vervangt niet de Nederlandse RI&E, blootstellingsbeoordeling of wettelijke verplichtingen.

Een installatie met een H14-filter voldoet dus niet automatisch aan alle eisen voor lasrookafzuiging. Omgekeerd verwijdert een W3-gecertificeerde configuratie niet automatisch alle mogelijke gasvormige verontreinigingen.

Beoordeel daarom altijd de volledige keten: emissiebron, afzuigelement, luchtvolume, filtertrappen, bewaking en veilig onderhoud.

Meer informatie vindt u op de TBH-pagina Wat betekent W3?.

Welke informatie heeft TBH nodig voor een toepassingsadvies?

Hoe nauwkeuriger u het proces beschrijft, hoe gerichter onze specialisten een geschikt afzuig- en filterconcept kunnen beoordelen.

Verstrek indien mogelijk de volgende informatie:

  • Lasmethode
  • Basismaterialen en toevoegmaterialen
  • Coatings, olie en andere resten
  • Werktijd en inschakelduur
  • Aantal werkplekken
  • Handmatig of geautomatiseerd proces
  • Beschikbare mogelijkheden voor bronafzuiging
  • Bestaande slangen of leidingen
  • Gewenste recirculatie of afvoer naar buiten
  • Land waarin de installatie wordt gebruikt
  • Foto’s of een plattegrond van de werkplek
  • Beschikbare veiligheidsinformatiebladen

Ontbreekt bepaalde informatie nog? Dan helpt het toepassingsadvies ook om vast te stellen welke gegevens u nog moet verzamelen.

Welke lasrookafzuiging past bij uw toepassing?

De juiste lasrookafzuiging hangt van meer af dan alleen de filterklasse. Materialen, processen, afzuiggeometrie, luchtvolume, gasvormige stoffen en Nederlandse voorschriften bepalen samen de uiteindelijke configuratie.

Begin daarom bij de toepassing en niet bij één technische waarde uit een catalogus.

Onze afzuigspecialisten bekijken uw procesgegevens en bespreken welke afzuig- en filterconcepten mogelijk geschikt zijn. Bovendien geven zij aan welke aanvullende informatie nodig is voor een technische beoordeling.

Vraag een toepassingsadvies aan

Vragen over uw toepassing?

Onze afzuigexperts adviseren u persoonlijk en vinden de juiste oplossing voor uw proces.

Meer artikelen

Tim Fischer und Caglayan Özdil am TBH Stand auf der FMB 2025.

Afzuigoplossingen voor de machinebouw en geautomatiseerde productie

FMB 2026 | 3–5 november 2026 | Bad Salzuflen | TBH-stand 20-526 Afzuigtechniek in de machinebouw speelt een centrale rol in moderne productiefaciliteiten. Of het nu

Dämpfe mit KI visualisiert

Energiezuinige afzuiginstallatie: energie besparen door gerichte afzuiging

Een energiezuinige afzuiginstallatie is niet automatisch de installatie met het hoogste luchtdebiet of het laagste stroomverbruik. Bepalend is waar de schadelijke stoffen worden opgevangen, hoeveel lucht

Système d'aspiration de la série TBH Health

Luchtgedragen deeltjes direct detecteren

Hoe kan laseroorrook bij medische toepassingen gericht worden opgevangen? Lees hier wat belangrijk is op het gebied van positie, opvangelement en filtertechniek.